maandag 2 december 2019

FAS

Sam heeft FAS. Het was voorspeld door jeugdzorg toen hij net was geboren. We wilden er niet aan. Hij zou toch de uitzondering kunnen zijn? Hoe kan zo'n intelligent kind hersenschade hebben?

In groep 0 belde de school en in groep 1 en 2 weer. Of Sam een klas kon overslaan. Hij had uitdaging nodig. Hij moest dit kunnen. Ik weigerde. Voelde me een ongelofelijke zeur dat ik het beter dacht te weten.
Voor onze kinderen geen klassen overslaan. Laat ze alsjeblieft het makkelijk aankunnen als ze tot het besef komen dat het bij hen ingewikkeld ligt.

Sam begon te lezen en te rekenen. Legde puzzels en ruimtelijke figuren en had elk rapport een nadrukkelijke vermelding dat het wel erg makkelijk voor hem was allemaal.

In groep 3, ergens halverwege, raakt Sam de weg kwijt. Binnen een paar maanden gaat hij van een van de beste naar helemaal onderaan de ladder. Hij kent de tafels en is ze vergeten. Hij kan klokkijken, maar vraagt om 11 uur of we al avond hebben gegeten. Hij verzekert me om half 7 's avonds dat hij echt belooft om 5 uur thuis te zijn.
Hij weet niet meer hoe dingen heten. 'hoe heet het' wordt zijn stopwoord.

School leest hem de les. Je kunt het! Ik roep ook aan de lopende band dat hij moet nadenken en dat hij heel goed weet dat ....
Tot ik me realiseer dat ik iets vergeet of niet wil zien. Ik moet niet vergeten dat dit voorspeld is. Dat jeugdzorg me waarschuwde voor het zesde jaar. Dan zou duidelijk worden hoe de kansen waren.

Ik vraag een onderzoek aan in Zwolle. Dat lukt niet, de wachtlijst is te vol. Dan wordt het Winschoten. Wachttijd negen maanden in theorie. In praktijk duurt het een vol jaar voor we eindelijk mogen.

Via een vriendje hoor ik dat Sam denkt dat ze hem daar gaan genezen. Hij bemerkt dat hij anders is dan anderen. Ben ik echt gehandicapt? vraagt hij.

Op een maandagmorgen vertrekken we richting precies het andere uiterste puntje van Nederland. Sam is superzenuwachtig. Ik leg hem voor de zoveelste keer uit dat het een onderzoek is. Dat het niets verandert. Dat we hem ook niet anders vinden opeens of zo. Dat het alleen makkelijker is als we hem beter kunnen begrijpen. Dat we begrijpen waarom hij zoveel vergeet, waarom het niet lukt op school en waarom hij soms opeens zo boos is.
We zitten een kleine vier uur in de auto. Tijd genoeg om alle oude verhalen uit de doos te halen van toen hij kwam en hoe wij dat vonden. Hoeveel we van hem houden en dat hij er echt niets aan kan doen.

In de buurt van Groningen gaan we naar de Mac. Hij vindt het wel leuk, maar ook beetje apart zo''n bijna lege Mac onder schooltijd. Dan het laatste stukje dwars door de stad. De onrust op de achterbank groeit. Hij moet plassen, heel nodig, maar is net geweest. Hij kan het niet meer houden en plast in een leeg flesje. Ondertussen rijd ik met slakkengang drie rijen dik... Na vijf minuten moet hij weer plassen en nog eens. Gelukkig komt de fles niet vol...

Een kinderarts en psycholoog of psychiater onderzoeken hem. Ze meten zijn ogen, pupilafstand, oren. Bekijken zijn handen, pinken wijken af. Vragen van alles en meer. Kijken in zijn mond. Pakken een kleurkaart voor zijn oogkleur of was het oogstand? Een andere kaart voor de liplijn.
Ik krijg een raar gevoel. Het lijkt wel paardenkeuring. Ik zie de opbouw en besef dat dit geen volbloed wedstrijdpaardje zal worden.

De uitslag is wat we dachten. Aan de ene kant geruststelling; tegen FAS is niet op te voeden. Aan de andere kant ontzettend diep triest; de zonden van de moeder komen helemaal op het hoofd van Sam. Nooit normaal worden, terwijl er zoveel potentie leek. Altijd afhankelijk van anderen. En vooral voor hemzelf het besef dat je zachtjes afhaakt en iedereen je inhaalt. 





donderdag 14 november 2019

aardappelland

Dit seizoen stond ons huis tussen de aardappelen. En dat hebben we geweten..

Sam zit nu op het speciaal onderwijs, maar vorig jaar moest hij zich regulier bewijzen. En dat viel helemaal niet mee. Op school een min of meer brave jongen en thuis niet te houden. Veel gooi- en smijtwerk en veel spijt erna en veel gebrul en gescheld en eigenlijk alleen maar verliezers. 

Ergens begin mei was er weer iets. Ik weet niet eens meer wat. Het zoveelste incident en Sam als de boosdoener. Ik weet zeker dat ik niet heel boos was. Dat hielp allang niet meer. Maar het zien van mijn gezicht deed Sam al de benen nemen. Die avond rende hij op zijn sokken het land in. Hopsend over de aardappelbedden. 

Meestal helpt het om hem even te laten doen. Hij komt vanzelf terug. Maar die avond niet. Het werd schemer. We riepen en lokten, maar ergens vanuit het land brulde Sam dat we het konden bekijken. 
We zagen hem ook niet meer. Dat werd lastig. Het land is enorm. 

Toen werd het donker en nog steeds geen Sam. We fietsten rond het land, schenen met de autolampen erover, brulden, riepen, maar geen Sam. Ik kreeg het er benauwd van. Inmiddels lagen de andere kinderen op bed. 

Uiteindelijk hadden we hem om half 11. Best laat voor een kind uit groep 4. Man ploegde het hele land door en ik scheen over het land. Opeens hoor ik een stem blijmoedig mijn naam roepen. Hier ben ik hoor, zegt hij. Even bijschijnen, want ik zie niets. 
En daar is hij. Op zijn sokken zonder jas.. Hij loopt naar de auto en informeert of ik boos ben. Nee, niet boos, heel blij dat hij er is. Dat is maar goed ook, want anders rent hij er gelijk weer in. 
In de auto doe ik de vergrendeling er maar snel op. 

Sam komt van ver. Het was koud en nat en hij was bang. Maar hij kan wel goed tussen die rijen liggen. Trots is hij dat we hem niet konden vinden. Hij vaart tegen me uit dat ik toch wel weet dat hij dan bang is voor weerwolven? Ik vraag waarom hij niet naar het licht van ons huis liep? Dat durfde hij ook niet. Ik zeg dat ik ongerust was en bang en dat ik eigenlijk de politie wilde bellen. Daar snapt hij niets van. 

Ik zet hem onder de douche en in bed. Hij slaapt direct. Kleine jongen.

De volgende dag bij het minste of geringste sprint hij weer het land in. Maar nu ben ik gewaarschuwd. Ik ren hem achterna op blote voeten en heb hem te pakken. De rest van de avond moet ik uithijgen en de klei tussen mijn tenen zien te krijgen. De volgende dag moet ik toch even dat land inspecteren of we er niet te veel schade hebben gemaakt. Daarna is het niet meer gebeurd gelukkig. 

Vorige week werden de aardappelen gerooid. De boer deed er ruim 3 dagen over voor hij het hele land kaal had. Het waren dagen van bijna 24 uur. Dat verbaasde me niets. Ik wist nog heel goed hoe enorm dat land is. Zeker bij avond, zeker als je iets kwijt bent.

dinsdag 12 november 2019

voorlichting

Volgens een artikel in de krant van zaterdag is voorlichting heel belangrijk. Dat vind ik ook. Het artikel geeft in duidelijke stappen weer wat er van de ouder of opvoeder verwacht wordt. Ik lees het door en bedenk dat we het best goed doen. 

Van 0 tot 6 alles duidelijk benoemen en van 6 tot 12 altijd eerlijk zijn en er vooral niet voor gaan zitten. Hoe het boven de 12 nu verder gaat, ben ik even kwijt. We benoemen inderdaad alles, herleiden schuttingtaal tot gangbare woorden en beantwoorden vragen. Woorden als privĂ© komen er via school weer bij. 

Het benoemen gaat nuchter en zakelijk en geen geheimzinnig gegrinnik. Toch twijfel ik of het artikel wel passend is voor ons gezin. Of misschien heb ik wat over het hoofd gezien...

Ik breng Sam naar bed. Inmiddels acht jaar en al aardig op de hoogte. Hij heeft met een vriendinnetje gespeeld. Nog altijd het meisje wat hij in groep 0 al lief vond. Hij mocht blijven eten en het was allemaal leuk. Sam denkt dat hij later wel met haar gaat trouwen. "En dan neem ik twee kinderen." Ik zeg dat je dat niet zo van te voren kan weten. Zeker niet als je nog maar acht jaar bent.
Nee, maar dat weet Sam ook wel. Hij kijkt me bloedserieus aan en deelt mee dat hij inderdaad eerst nog even met de geslachtsdelen moet werken voor het zover is. 

Daar moet ik even van met de ogen knipperen. Lach je hierom? vraagt Sam. Nee, dat doe ik zeker niet. Ik sta gewoon met de mond vol tanden. Wat moet ik hier nou weer op zeggen. Misschien toch nog even de oudpapierbak in voor dat artikel...

's Avonds haal ik Yan op van de trein. Hij was met vrienden. Heel logisch, maar voor mij heel lastig. Yan is nu zestien en drinkt bier. Want dat doet iedereen.. En aangezien ik elke week verhalen hoor over in de sloot rijden en ambulances en enorme hoeveelheden alcohol, maak ik me zorgen. Hij krijgt dus ook voorlichting. Eigenlijk aan de lopende band. Ik laat geen gelegenheid onbenut. Ik moet er niet aan denken dat Yan ergens voor pampes ligt. Maar Yan haat mijn zedenpreken, dus beperken die zich tot hooguit drie zinnen. 

Jij zeurt altijd, zegt Yan. En dat klopt. En jij vertrouwt mij niet, vervolgt hij. En dat niet vertrouwen ergert hem. Hij komt met argumenten. Dat hij altijd aanspreekbaar is en altijd op tijd thuis komt. Dat ik altijd weet waar hij is en dat hij niet zo gek is als die anderen. 
Hij heeft gelijk. Ik vertrouw hem ook wel, maar hoor op school te veel om helemaal gerust te zijn. 

Ik denk aan het artikel over de voorlichting. Zal hier ook op van toepassing zijn. Dus ik benoem de dingen, dat ik niet wil dat hij zich kapot drinkt, dat zijn hersens er niet beter van worden, iets over groepsdruk. En als laatste: hoe weet ik nu dat het goed met je is? Voor hetzelfde lig jij in die ambulance in plaats van je vriend. 
Daar heeft hij een duidelijk antwoord op. Ligt hij in de ambulance, dan checken ze zijn id-kaart en word ik gebeld. Dus verder geen gezeur alsjeblieft. 
Ook voor deze voorlichting ben ik niet geslaagd.

maandag 19 november 2018

de weg

Je hoopt op een kind. Je bidt om een kind. Je vraagt om een kind. En je krijgt kinderen... Ze komen, ze lopen een stuk of stukje mee op onze weg en ze gaan weer. Soms zie of hoor je nooit meer iets. Soms blijf je ze tegenkomen op je weg. Elke keer zitten ze er weer. Steeds beetje groter en misschien wel beetje hulpelozer.

Vijftien jaar terug kwam Rachid. Vijf jaar en beschadigd. Van buiten vrolijk dikkerdje, van binnen niet te peilen. Twaalf jaar, dag in dag uit, leefden we met hem in ons huis. Toen ging het niet meer en verdween hij officieel van onze weg. Grote, zeventienjarige kerel van buiten en van binnen misschien nog steeds vijf. 

Zijn weg ging via groep, naar opvang, naar vriendinnetje en naar torenhoge schulden en schuldhulpverlener, die zijn schamele loon in eigen zak bleek te steken. Van 'we zoeken een plek' naar 'er is geen plek'. Van 'kom maar hier' naar 'verdwijn en kom nooit terug'.

Gisteren was hij een dagje bij ons. Hij is officieel dakloos op dit moment. Woont in een leeg appartement van zijn baas voor paar dagen. Moet er van de week weer weg. Hoopt op de opvang, maar weet dat dat ook niet gaat lukken. 

Boom van een vent ondertussen. Werkt alle dagen als hovenier en dat is te zien. Ongeschoren, haar te lang, hij zweeft op het randje van de samenleving. Dat is ook te zien. Zijn trui is gescheurd en niet al te schoon. Dat verhelpen we even. Hij heeft nog een trui bij zich, iets minder smoezelig want hij gaat mee naar de kerk. Dat is ook lang geleden. Om precies te zijn, is dat twee oorbellen en vier tatoeages terug.  De oorbellen gaan uit. Doet hij uit zichzelf, had echt niet gehoeven. Maar hij heeft ons weer gevonden en wil zo graag het goed doen. 

Het is gezellig. Vooral Sam en Daniel zijn in de wolken. Ze zitten allebei naast hem en houden hem van alles op de hoogte. Noemen om de minuut zijn naam. Leggen hun handen op zijn knie.

Ik breng hem terug. Hij vertelt dat alles mislukt. School en de huizen waar hij woonde. Dat hij ook wel van te voren weet dat alles gaat mislukken. Dat hij eigenlijk niet gelooft in zichzelf en in niemand. Dat hij leeft voor het vaderland weg en zonder hoop op verbetering. Hij verpest alles zelf. Bij ons heeft hij het ook verpest, zegt hij. Ik spreek het tegen. Doe normaal zeg! Twaalf jaar ergens wonen, klinkt toch redelijk gelukt? En veel pleegkinderen rollen eruit zo tussen 16 en 18. Daar hoef je geen Rachid voor te zijn. 

Hij had een vriendinnetje. Veel te jong en veel te zorgelijk dat hij daar bij mocht inwonen. Het was wachten op de knal. Had ik ook wel kunnen bedenken, maar de tafel hulpverleners niet. Dat ik de enige ben die hem al vijftien jaar volg, ontgaat de professional. En dus blijven ze proberen en hem op zijn gezicht laten gaan. 
De knal kwam vorig weekend. Compleet met 112-meldingen en een opgefokte vader, met de straat op rennen zonder jas en telefoon. 

Nu kan hij even in het appartement. Erg mooi, moet ik maar eens meelopen even. Dat doe ik. Ik heb hem ook niets te bieden. Alleen tasje eten en paar handdoeken, want die heeft hij niet. Hij kookt nu zelf en is daar trots op. Elke dag 800 gram kipfilet en een halve broccoli en half zakje voorgekookte aardappelen. Hij heeft 1 koekenpan en een puntmesje, dus veel variatie is lastig. Achthonderd gram kipfilet per dag?? Ja, vindt hij lekker en hij heeft kipkruiden en bodybuilders eten dat ook, dus moet wel goed zijn.
Ik leen hem een pan en geef wat tips. 

Hij mag ook komen eten bij ons. Voor mijn part elke dag, maar dat is te ver en onhandig vanwege zijn werk. Slapen kan hier niet meer. We hebben wel een bed, maar dat gaat  niet werken met de andere kinderen. 

Ik laat hem achter. Alleen in een steriel appartement, wat elk moment verhuurd kan worden. Hij zal op de bank gaan liggen met zijn kussen en dekbed en op zijn telefoon een filmpje kijken. Meer is er niet. Ik heb zin om de hele terugweg heel hard te janken. Maar doe het niet. Thuis gaat het leven ook verder en dan moet je weer van alles uitleggen. Maar de jankstemming zit er wel in en blijft. 

Thuis fantaseren man en ik over een nieuwe schuur met appartement. Of caravan in de tuin of wat kunnen we nog meer? Er lopen hier meer kinderen. Rachid was niet geholpen met buiten ons gezin verder gaan. In het gezin was onmogelijk en iets anders kon niet. Er groeien hier meer kinderen en we willen voorbereid zijn.

vrijdag 20 april 2018

op de plaats

Er is contactavond. Daar hoor ik te zitten, de hele avond. Ik leg het uit. Sam is woedend. Ga je ook al werken en ook al 's avonds weg. Dat doe ik normaal nooit. Ik leg nog een keer uit dat ik het niet leuk vind, maar dat het echt moet.
Ik doe Sam zelf in bad. Zit bij hem en klets de dag nog even door. Daarna geef ik hem een kus en vertrek.

Als ik de auto heb gekeerd, staat er een poedelnaakte Sam te bibberen in de donkere avondwind. Snikkend brult hij dat hij niet zonder mij kan!! Uiteindelijk vertrek ik een beetje op het laatste nippertje en met een enorm schuldgevoel.

Op woensdag heeft man bij hoge uitzondering een vergadering. Daniel gaat naar schoonouders. En Sam, die opeens een vrije dag blijkt te hebben. Dan komt er een mail voor Yan. Nog een vrije dag vanwege uitval. Hij mag ook naar schoonouders, maar dat vindt hij te kinderachtig. En dat is het ook. Als je 14 bent, kun je echt wel een morgen alleen thuis zitten.

Als ik de volgende morgen de kamer binnenkom, zit Yan op de bank. Aangekleed en wel... Normaal trek ik hem rond deze tijd persoonlijk ongeveer uit bed. Hij is dan niet wakker te krijgen. Nu dus wel. Met wakkere oogjes zit hij er helemaal klaar voor. Blikje energy naast hem. Dat heeft hij even geregeld, want is hier niet uit voorraad leverbaar.
Waarom hij er al zit? Omdat hij gewoon allang wakker is. En geen slaap heeft... Ik begrijp heus wel dat je niet vertelt dat het ontzettend spannend is om een hele morgen helemaal alleen thuis te moeten zitten. En ik begrijp ook wel dat niemand dat hoeft te weten. Ik vertel dat ik ook tussen de lessen de app wel in de gaten zal houden. En man mag hij de hele morgen bellen. Dat lijkt hem wel een goed idee.

Hij heeft het gered overigens. Net als Sam die avond zonder mij...

Onlangs moest man mij ophalen. We hebben maar 1 auto en soms betekent dat een keer extra heen en weer rijden. Daniel gaat dan altijd mee, maar zo'n bijna volwassen puber als Naomi van 13 blijft dan natuurlijk thuis.De hond is er ook en het duurt hooguit drie kwartier.
Als we aan komen rijden, fietst ze heen en weer voor het huis. Met haar telefoon in de hand. Beetje vreemd voor iemand die geen stap buiten zet zonder dringende reden. Wat ze doet? Gewoon beetje fietsen, had ze zin in. Die zin verdwijnt meteen zodra wij thuis zijn. Dan is er meer zin in bankhangen.
En omdat onze flapuit met haar enorme grote mond het niet kan laten, hoor ik dat ze dacht dat er een insluiper was... Gewoon op klaarlichte dag. Ik moet er om lachen en zij ook achteraf. Maar thuisblijven doet ze niet meer en het is echt heel raar dat wij allebei even weg zijn. Ook al is zij al 13 en is het op klaarlichte dag.

Het lijkt wel familie zo met elkaar. Allemaal hetzelfde probleem. En ja, wij blijven echt wel op de plaats hoor.

maandag 2 april 2018

beschikbaar

Zaterdag komt Yan zijn moeder en broertjes tegen op het station. Hij brengt vrienden naar de trein en ziet ze. Dat is bijzonder. Hij verwacht moeder in haar woonplaats in Zwitserland. 
Het is weer zover.... Moeder is in de buurt en hij weet dit niet. 's Avonds vertelt hij het zo tussen neus en lippen. Vroeg ze nog wat? vraag ik. Ja, iets of het op school goed ging en of hij nog een keer kwam als ze tijd had. 
En toen kwam de trein en stapte ze in. Met een tas vol koekjes volgens Yan. Of hij het niet heel vervelend vond? Nee hoor, zegt Yan. Maakt me niet uit. 

Vervolgens eet hij alle overgebleven resten van het avondeten op. Hij was namelijk wat later. Om half 11 moeten we hem bijna naar boven dragen om in bed te krijgen. Hij blijft maar zitten en praten en hummen en grommen. 

Bij ons tolt het wel even na. Dat je dan op het station je bloedeigen zoon van 14 tegenkomt en dat je dan gewoon weer verder met je leven gaat. Het tolde toch al behoorlijk deze dagen, want de beste vriend van Yan lag in het ziekenhuis. Hij was in coma door grenzeloos gedrag en Yan volgde het op afstand maar deed niet mee. 

Wel zat hij als een waakhond met zijn telefoon in de houding. Hij had op school al gewaarschuwd, maar dat was niet helemaal overgekomen. Om tien uur kwamen er alarmbellen en wist hij op afstand nog wat goeds te betekenen. De volgende morgen zat hij voor zeven uur al met zijn telefoon in de houding en dat bleef de komende 24 uur. Hij was bang zijn vriend te verliezen. En wij met hem.  De jongen ging langs het randje, maar kwam gelukkig weer bij. Yan belt hem en belt hem en belt hem. Hij was helemaal van slag om die vriend.

Dit weekend had Yan ontzettend hard ouders nodig. Schokkend dat je dan je moeder tegen moet komen. Ook schokkend dat ze er dan niet is.  
Gelukkig mochten wij van hem die plaats innemen. We kennen Yan nu zolang en zo goed dat het ook logisch was. Maar omdat we hem zo goed kennen, liet dit ons niet los.
Opeens besefte ik dat het net zo goed Yan had kunnen zijn die deze grenzen opzocht. Yan met zijn achtergrond van mishandeling en vooral afwijzing op afwijzing, had heel makkelijk zichzelf kunnen verliezen in wat dan ook. Dan hadden wij in dat ziekenhuis gezeten. 

We beseffen hoeveel risico's er zijn en hoeveel gevaren er op de loer liggen. En vooral hoe belangrijk hij voor ons is. Ik raak er helemaal emotioneel van dat hij hier gewoon nog rondloopt. En ben dankbaar tot in m'n tenen dat we hem mogen hebben. 
Ik probeer het hem te zeggen. Dat ik heel erg blij ben dat hij niet in plaats van die vriend in het ziekenhuis kwam. Dat lijkt hem wel beetje te verbazen. Dus zeg ik het nog maar een keer dat we heel erg blij met hem zijn en dat we ons soms heel erg zorgen maken omdat we hem heel graag gelukkig en gezond willen zien worden. Het lijkt wel te landen. 
In ieder geval weet hij waar hij moet zijn om over de gebeurtenissen te praten en waarderen we het dat hij dan tot veel te laat op de bank blijft hangen. Het heeft allemaal wel een doel. 

En het geeft zorgen, want we beseffen opnieuw dat we er nog lang niet zijn.

vrijdag 23 februari 2018

Family

Rachid heeft een nieuwe tatoeage. Met grote letters staat Family op zijn onderarm. Hij is apetrots. Ik zeg dat zijn moeder dat vast heel leuk vindt. M'n moeder?? herhaalt hij verbaaasd. Ja, dat is toch je family? Nee, hoe kom ik erbij. Die hoort niet onder dit stempel. 

's Avonds breng ik hem samen met Sam weg. Hij woont in een begeleid woonproject. Super initiatief van een kerk of groep kerken met een keurmerk en zakelijke regels, maar ook veel begeleiding en vrijwilligers met een groot hart. Precies wat Rachid nodig heeft en wat wij hem niet meer kunnen bieden. 
We moeten even naar binnen. Kan ik gelijk kijken hoe het daar is. 
Bijzonder sfeertje hoor. Er zitten twee mannen en later schuift een inwonende huisbaas nog aan. Rachid gaat druk in de weer met 2 enorme bierglazen cola voor Sam en mij en een bak chips voor Sam en een zak drop voor mij. En pak maar hoor!! En kom even boven kijken en bij iedereen. Ik voel me beetje opgelaten, maar het moet allemaal kunnen. 

De mannen roken een soort huisteelt of eigen merk. Het stinkt verschrikkelijk. Sam beweegt zich in het huis of hij er ook woont. Na de halve liter weggeklokt te hebben, wil ik gaan. Dat gaat zomaar niet. Rachid is helemaal blij met onze aanwezigheid. Een van de mannen lijkt lichtelijk onder invloed of gewoon standaard de weg kwijt. Hij komt van de oostelijke kant van Afrika of misschien van het westen, dat weet ik niet meer. Wel probeert hij me duidelijk te maken dat aan de ene kant alleen maar mooie negers wonen en aan de andere kant de lelijke. Na wat heen en weer gepraat blijkt onze Naomi van de lelijke kant te komen en hij van de mooie zijde. Dat bestrijd ik toch van harte! 
Verder kan ik hem niet verstaan. Hij praat nog meer dan Rachid normaal doet, maar maakt niet uit. Ik hum en knik wat in het wilde weg. 

De man denkt dat Sam de zoon van Rachid is. Ik zeg dat dat niet kan. Dat kan wel, volgens de meneer. En Rachid is een goeie gast. Dat vind ik ook, maar het kan toch echt niet dat van vader en zoon. Sam scheelt elf jaar met Rachid. Het moet niet gekker worden. Daar worden we het niet over eens. 

Rachid probeert uit te leggen wie ik ben. Als hij vertelt dat hij naar zijn ouders gaat of naar huis dan bedoelt hij mij, zegt hij. Dan ga ik naar haar en naar hem en nog naar de rest. Daar begrijpt de man nog minder van. We laten het maar zo. 

Sam en ik vertrekken weer. Rachid loopt mee naar de auto en zwaait ons uit. Hij is zichtbaar in zijn nopjes met zijn nieuwe huisgenoten. En met ons. 

Terug jubelt Sam over Rachid. Hij mag binnenkort eens een dagje naar Rachid. Dan moet ik hem brengen en veel later ophalen. Dat lijkt me helemaal geen goed idee, maar ik houd m'n mond. En bedenk dat die tatoeage toch even iets anders is dan ik dacht. Het lijkt me opeens niet zo'n heel gek idee dat wij op zijn arm staan. Gewoon ons gezin met geen enkele verwante bloedband, maar wel de family van Rachid. Heel bijzonder eigenlijk.