dinsdag 7 juli 2020

hoop en de toekomst

De postbode komt aanrijden. Sam sprint naar de brievenbus. Dat doet hij vaker. Verwacht je post? vraag ik. Ja, zegt hij, misschien stuurt mijn moeder op een dag wel een brief.
Zijn moeder verdween op de tweede dag van zijn leven, negen en een half jaar terug. Acht jaar geleden kwam er een ingekleurde plaat met zijn naam. In letters die doen vermoeden dat ze niet vlekkeloos leest en schrijft.
Sam weet dit allemaal. Hij weet dat er geen kans is, maar hij hoopt zo..

We lopen samen in de supermarkt, Sam en ik. Ik passeer drie mannen van mijn leeftijd. Ik denk Oost-Europeanen. Tsjonge, sist Sam, die mannen kijken raar naar je!! Als ik verbaasd kijk, verduidelijkt hij; Alsof ze je mooi vinden. Hij vindt het heel raar. Dat doe je niet en zeker niet naar mij.
Even later zit hij me van opzij aan te kijken. Is er wat? vraag ik. Ja, zegt hij, dat wist ik dus echt niet he, dat er nog mannen naar zo'n oude vrouw kijken.

Als afsluiting van het jaar ga ik met een aantal collega's barbequen. Als ik om 11 uur binnenstap, springt Sam enthousiast de trap af. Slaap jij nog niet? vraag ik verbaasd. Nee, hij heeft op me gewacht. Als hij ziet dat ik hier minder blij over ben, begint hij te huilen. Ik heb zo lang op je gewacht en ik ben zo blij dat ik je weer zie en dan doe je zo. Man had hem op tijd in bed en slaaptabletjes gegeven, maar Sam heeft zijn kamer volgehangen met paardenposters en medailles, lukraak in de muur gepind en geplakt en heeft op me gewacht. Dit is niet leuk. Vanuit pleegzorg roepen ze dat je goed voor jezelf moet zorgen. Daar hoort af en toe weggaan bij. Weet alleen niet goed of het zo helpend is als je op deze manier moet thuiskomen.

Ik poets zijn tanden. Hij lijkt ergens mee te zitten. Als ik er naar vraag, vertelt hij dat ze het op school over de dood hebben gehad. Ik vraag wat door. Hij zegt dat hij nu bang is dat ik dood ga. Lastige vraag, want ik kan hem veel beloven, maar de garantie dat ik er altijd zal zijn, is er niet.
Ik zeg hem dat pleegvader er dan nog zal zijn. Hij moet bijna huilen. Dan heb ik weer geen moeder meer, zucht hij.
Daarna moet ik zijn rug insmeren met olie. En even naast hem liggen en beetje praten over totaal andere dingen. Als ik weg ga, zegt hij heel serieus: Ben heel blij dat jij bestaat. En dat klinkt ontzettend lief.
Maar brengt mij wel bij een punt wat ik liever zo ver mogelijk wegstop. Wie gaat er voor Sam zorgen als wij er niet meer zijn? En hoelang heeft Sam zorg nodig?


zondag 28 juni 2020

dagelijkse FAS

Er zijn weinig mensen die bij het horen van FAS direct weten wat bedoeld wordt. Uitleggen wat het syndroom inhoudt, lukt goed. Maar hoe het er elke dag uitziet, dat is heel lastig. Zachtjes aan krijgen we een beetje beeld bij welk gedrag steeds terugkomt en wat mogelijk bij de FAS hoort.
Zomaar paar voorbeelden..

Sam valt buiten de boot en heeft steeds minder vriendjes voor na schooltijd. Paar maanden terug waren er opeens wel jongens. Ze kwamen speciaal ons stille weggetje afgefietst om Sam te halen. Heel bijzonder. Tot de juf van school mailde dat Sam vuurwerk bij zich had. En het uitdeelde.. Dat bleek hij vaker gedaan te hebben. Illegaal spul van Yan. Helemaal niet de bedoeling en erg gevaarlijk. Maar succes verzekert!
Sam streng toegesproken en vertelt dat zijn sinterklaaskado naar Yan ging. Het geld in ieder geval om de geleden schade te dekken. En de regel herhaalt dat je nooit en nooit op andermans kamer mag komen. Sam leek zwaar onder de indruk. Tot Rachid iets zocht in de schuur en een zaklamp nodig had. Bleek Sam weer die kamer van Yan te hebben gebruikt om een ander te plezieren. Weer toegesproken, maar het landde niet. Vuurwerk begreep hij wel, maar een zaklamp voor iemand anders?

Hij krijgt toch een sinterklaaskado. Dat kunnen we niet maken om hem zo te straffen. Of ik het al besteld heb. Hij wil een bestuurbare auto. Ik doe vaag, het mag toch wel beetje verrassend zijn. Nou, niet dus. Hij kan niet meer normaal doen omdat hij zo zenuwachtig is of ik wel die auto heb gekocht. Ik vertel dat hij inderdaad een auto krijgt op woensdag. Woensdag is te laat, we doen het vrijdag. O, is vrijdag nog later? Dan doen we het nu of morgen. Het wordt een compleet drama. Maar eerder dan woensdag gaan we niet doen. Hij heeft hem nu. Niet gekregen, maar direct gepakt uit school. Toen een grote brul, want hij was super! Ik krijg echt iets moois van jou, straalt hij. Ik meesmuil wat over krijgen of gewoon pakken. En ik sluit vooral heel blij Sinterklaas voor dit jaar weer af. 

Ik zit op schoot met de jongste. We hebben sinds vier maanden een baby erbij. Sam kijkt toe en vraagt heel serieus of ik hem ook zo wil vasthouden. Hij meent het en is echt verdrietig dat het niet lukt.

Vorig jaar kerst. Na een ontspannen familietreffen bij een zus wil Sam nog even naar het dorp. Het is vier uur en mooi weer. Het mag. Hij heeft zo zijn best gedaan vandaag. En naar huis als de lantaarnpalen gaan branden he?
Om zeven uur nog steeds geen Sam. Ik fiets het dorp rond. Kijk binnen bij wie ik hem eventueel verwacht. Overal gourmettende families en nergens Sam. Ik weet nu dat op kerstdag rond 7 uur het niet stiller kan zijn op een dorp.
Eindelijk had ik hem. Na via via en via nog iemand gevraagd te hebben. Hij zat bij Thomas. Maar ik had nog nooit van een Thomas gehoord. Nieuwe beste vriend en inmiddels verleden tijd.

Er komt een schoolfoto. Vier keuzes, maar ik kan niet kiezen. Hij kijkt op de ene nog wezenlozer dan op de andere. Confronterend om dat te zien. Zo was het nooit. Altijd wakkere oogjes. Dat is nu zeldzaam aan het worden.

Hij komt uit school en gaat spelen. Het is -4. Hij gaat zonder jas en zonder sokken, want de zon schijnt. Ik zie het te laat. Hij komt bijna paars thuis. Beetje koud he Sam? Welnee, de zon scheen. Hij heeft niets gevoeld.

Hij vraagt of ik nog weet van die keer dat hij zijn arm had gebroken. Ik weet van niets, want hij brak zijn arm nooit. Hij stampvoet bij zoveel vergeetachtigheid. Hij weet het zeker. En ik weet zeker van niet, maar laat het maar zo.

Hij begint raar te praten. Ik liepte, ik zwemde, ik brookte en elke zin dat 'hoe heet het'. Je zou er simpel van worden. Maar ook twijfel; ik weet niet zeker of het echt is maar ik denk het zelf wel. Ik weet niet of ik dit verzin, maar ik dacht dat ...


Sam en Yan hebben ruzie. Sam verstopt iets van Yan en andersom. Yan komt bij me. Of ik zo snel mogelijk Sam dat ding laat teruggeven, want straks is hij weer vergeten waar hij het gelegd heeft. De anderen gaan het ook doorkrijgen. Je lijkt wel gehandicapt, hoor ik ze geregeld zeggen. Het klinkt heel onaardig, maar ook licht vertwijfeld, want wat moet je hier nou weer mee.

Vandaag kwam hij met de zoveelste blauwe plek thuis. Hij gaat overal vol in. Ik moet voorzichtig zijn hoofd vasthouden bij tandenpoetsen. Hoezo dan? Ja, er was iets met jongens en een blauw oog bij de ander vanwege een 'bitchklep' van Sam. Stoere praat en nog meer verkleuringen op een lijf vol schrammen, littekens en nieuwe plekken.

De mensen zien Sam als dat slimme ventje van jaren terug. We hebben speciale herdenking van de Slag om de Schelde. Best officieel. Sam is er ook bij. Dat vind ik ook belangrijk. Aanschouwelijk onderwijs werkt beter dan de boeken. Er lopen meer jongens. Sam sluit zich aan bij de minst stille groep. Ik spreek ze streng toe dat ze bij de minuut stilte echt stil moeten zijn. Dat doen ze! Daarna zingen we het Wilhelmus. Sam is wel onder de indruk en doet mee. Uit volle borst zingt hij ontzettend vals mee. Na de eerste regel is hij de draad kwijt en zingt wat in het wilde weg. Een man draait zich om en kijkt Sam woedend aan. Ik snap heus wel dat het klinkt als majesteitsschennis of zo, maar dat is het echt niet.

Hij moet naar bed. Is er nog wat te eten? Alleen fruit, zeg ik streng. Hij eet toch echt te veel en altijd hongerig. Even later zit hij op de bank. Ga je mee naar bed? Nee, eerst m'n fruit. Een reusachtige bak op schoot met alle soorten fruit. Ja, zegt hij, van fruit een stuks per dag. Een sinaasappel, een banaan, een appel en een mandarijn. En dan natuurlijke de grootste van ieder.


Op vrijdagavond naar de stad. Het gaat best goed met Sam. Hij kan mee. Samen met Naomi. In de auto doet hij zijn gordel niet aan. Na lang aandringen wel de gordel, maar de stoel helemaal plat. Hij wiebelt en schopt. Ik waarschuw. Straks schopt hij tegen de versnelling en vliegen we over de kop. Over de kop? Gaat dat dan vooruit of achteruit over de kop?
Hij krijgt geld. Geeft het uit aan het eerste wat hij ziet. Ik probeer te evalueren, maar hij is alweer vergeten waar hij het aan besteedde. 
We gaan naar de stad waar zijn moeder eens liep. Het is avond. Hij heeft er zin in. Net voor we weggaan doet hij zijn bril af. Dat is niet verstandig. Als we thuis zijn, doet hij hem direct weer op. Hij dacht, stel dat we mijn moeder zien, dan kent ze me vast niet met een bril. Door al die FAS zou je bijna vergeten dat het ook nog iets als hechting en onthecht zijn is.

woensdag 25 december 2019

niemand

Rachid vertelt over een nieuwe collega. Hij heet Bo en lijkt op hem. Dus kunnen ze goed samen praten. 
Baas van Rachid heeft een zwak voor jongens als Rachid. Als ze maar willen werken. En dat doen deze jongens. 
Bo is 26 en heeft vanaf zijn zevende in internaten en jeugdhuizen gewoond. Dat vertelt Rachid, want niemand wilde Bo hebben. Nooit al die jaren van zijn zevende tot hij het zelf kon. 
Nu gaat het goed. Hij werkt zonder diploma's, maar elke dag. Heeft geen ouders om op terug te vallen, maar wel een eigen huis of kamer. Wel in de achterbuurt van de stad, maar toch. 

Rachid dwaalt ook al jaren rond in jeugdzorgland. Is er nu ook uit. Hij woont sinds een jaar een weiland verderop op een zorgboerderij. In een oude stacaravan met honderd mankementen. Maar met afstand tot de stad, vaste structuur en ons huis als uitvalsbasis. Hij komt soms elke dag, soms drie keer per dag. Hij wil een praatje, een hoe-was-je-dag, een doe-is-normaal en een het-komt-allemaal-goed. En dat kunnen we hem geven. 

Soms geef ik hem op zijn kop. Als hij een auto van een ander kapot rijdt. Als hij te veel drinkt of te onbeschoft deed tegen de mensen rond hem heen. Soms knikt hij, soms schreeuwt hij, soms stampt hij weg om nooit meer terug te komen. Na een week zien we hem dan weer. Of hij belt. De meeste telefoontjes komen van hem. Naomi zucht en Sam rent ervoor en altijd vraagt hij of ik thuis ben. En wat raar als ik er soms niet ben...

En of ik weet hoe dat met zijn schulden zit en of we per ongeluk nog een brood in de vriezer hebben en die soep, had je die nu ingevroren? Mag ik een sinaasappel en heb je champignons? En die scheur in mijn broek, daar draai jij je hand toch niet voor om? Mag ik op zolder kijken of er nog visspullen liggen?

Maar ook een paar kilo vis na een nacht vissen en nu met de kerst een dubbele verpakking Merci chocolade. Rachid blijft Rachid. Dat wordt geen doorsnee-buurman. Dat blijft een kind in een volwassen lijf, maar met een heel groot hart en een slecht werkende rem...

Deze kerst laat Bo me niet los. Ik ken hem niet. Hij raakt me door Rachids verhaal. Hoe krijg je het voor elkaar om zonder iemand te hebben het toch te redden? En hoe voel je je als je vanaf je zevende weet dat niemand je wil? 

Voor ons een mooie kerst en straks een dankbare afsluiting van het jaar. Ze zijn er allemaal nog. Yan heeft een goede stageplek en groeit per week, Naomi doet het super op school en lijkt een heel normale puber, Sam is geadopteerd en zal ons zorgenkind blijven, Daniel is in groep 1 begonnen. En het grootste kado van dit jaar is de kleine jongen. Vanaf juli woont hij hier. Lieve, vrolijke, relaxte baby van bijna een jaar. 
Ik wens ons allen dat niemand later zal moeten zeggen dat niemand ze wilde hebben. En kijk er ons lege kamertje en de lege stoelen eens op aan. Het lijkt een bodemloze put, al die trieste verhalen. We proberen hem te dempen, voor tenminste deze kinderen. Op hoop van zegen...

maandag 2 december 2019

FAS

Sam heeft FAS. Het was voorspeld door jeugdzorg toen hij net was geboren. We wilden er niet aan. Hij zou toch de uitzondering kunnen zijn? Hoe kan zo'n intelligent kind hersenschade hebben?

In groep 0 belde de school en in groep 1 en 2 weer. Of Sam een klas kon overslaan. Hij had uitdaging nodig. Hij moest dit kunnen. Ik weigerde. Voelde me een ongelofelijke zeur dat ik het beter dacht te weten.
Voor onze kinderen geen klassen overslaan. Laat ze alsjeblieft het makkelijk aankunnen als ze tot het besef komen dat het bij hen ingewikkeld ligt.

Sam begon te lezen en te rekenen. Legde puzzels en ruimtelijke figuren en had elk rapport een nadrukkelijke vermelding dat het wel erg makkelijk voor hem was allemaal.

In groep 3, ergens halverwege, raakt Sam de weg kwijt. Binnen een paar maanden gaat hij van een van de beste naar helemaal onderaan de ladder. Hij kent de tafels en is ze vergeten. Hij kan klokkijken, maar vraagt om 11 uur of we al avond hebben gegeten. Hij verzekert me om half 7 's avonds dat hij echt belooft om 5 uur thuis te zijn.
Hij weet niet meer hoe dingen heten. 'hoe heet het' wordt zijn stopwoord.

School leest hem de les. Je kunt het! Ik roep ook aan de lopende band dat hij moet nadenken en dat hij heel goed weet dat ....
Tot ik me realiseer dat ik iets vergeet of niet wil zien. Ik moet niet vergeten dat dit voorspeld is. Dat jeugdzorg me waarschuwde voor het zesde jaar. Dan zou duidelijk worden hoe de kansen waren.

Ik vraag een onderzoek aan in Zwolle. Dat lukt niet, de wachtlijst is te vol. Dan wordt het Winschoten. Wachttijd negen maanden in theorie. In praktijk duurt het een vol jaar voor we eindelijk mogen.

Via een vriendje hoor ik dat Sam denkt dat ze hem daar gaan genezen. Hij bemerkt dat hij anders is dan anderen. Ben ik echt gehandicapt? vraagt hij.

Op een maandagmorgen vertrekken we richting precies het andere uiterste puntje van Nederland. Sam is superzenuwachtig. Ik leg hem voor de zoveelste keer uit dat het een onderzoek is. Dat het niets verandert. Dat we hem ook niet anders vinden opeens of zo. Dat het alleen makkelijker is als we hem beter kunnen begrijpen. Dat we begrijpen waarom hij zoveel vergeet, waarom het niet lukt op school en waarom hij soms opeens zo boos is.
We zitten een kleine vier uur in de auto. Tijd genoeg om alle oude verhalen uit de doos te halen van toen hij kwam en hoe wij dat vonden. Hoeveel we van hem houden en dat hij er echt niets aan kan doen.

In de buurt van Groningen gaan we naar de Mac. Hij vindt het wel leuk, maar ook beetje apart zo''n bijna lege Mac onder schooltijd. Dan het laatste stukje dwars door de stad. De onrust op de achterbank groeit. Hij moet plassen, heel nodig, maar is net geweest. Hij kan het niet meer houden en plast in een leeg flesje. Ondertussen rijd ik met slakkengang drie rijen dik... Na vijf minuten moet hij weer plassen en nog eens. Gelukkig komt de fles niet vol...

Een kinderarts en psycholoog of psychiater onderzoeken hem. Ze meten zijn ogen, pupilafstand, oren. Bekijken zijn handen, pinken wijken af. Vragen van alles en meer. Kijken in zijn mond. Pakken een kleurkaart voor zijn oogkleur of was het oogstand? Een andere kaart voor de liplijn.
Ik krijg een raar gevoel. Het lijkt wel paardenkeuring. Ik zie de opbouw en besef dat dit geen volbloed wedstrijdpaardje zal worden.

De uitslag is wat we dachten. Aan de ene kant geruststelling; tegen FAS is niet op te voeden. Aan de andere kant ontzettend diep triest; de zonden van de moeder komen helemaal op het hoofd van Sam. Nooit normaal worden, terwijl er zoveel potentie leek. Altijd afhankelijk van anderen. En vooral voor hemzelf het besef dat je zachtjes afhaakt en iedereen je inhaalt. 





donderdag 14 november 2019

aardappelland

Dit seizoen stond ons huis tussen de aardappelen. En dat hebben we geweten..

Sam zit nu op het speciaal onderwijs, maar vorig jaar moest hij zich regulier bewijzen. En dat viel helemaal niet mee. Op school een min of meer brave jongen en thuis niet te houden. Veel gooi- en smijtwerk en veel spijt erna en veel gebrul en gescheld en eigenlijk alleen maar verliezers. 

Ergens begin mei was er weer iets. Ik weet niet eens meer wat. Het zoveelste incident en Sam als de boosdoener. Ik weet zeker dat ik niet heel boos was. Dat hielp allang niet meer. Maar het zien van mijn gezicht deed Sam al de benen nemen. Die avond rende hij op zijn sokken het land in. Hopsend over de aardappelbedden. 

Meestal helpt het om hem even te laten doen. Hij komt vanzelf terug. Maar die avond niet. Het werd schemer. We riepen en lokten, maar ergens vanuit het land brulde Sam dat we het konden bekijken. 
We zagen hem ook niet meer. Dat werd lastig. Het land is enorm. 

Toen werd het donker en nog steeds geen Sam. We fietsten rond het land, schenen met de autolampen erover, brulden, riepen, maar geen Sam. Ik kreeg het er benauwd van. Inmiddels lagen de andere kinderen op bed. 

Uiteindelijk hadden we hem om half 11. Best laat voor een kind uit groep 4. Man ploegde het hele land door en ik scheen over het land. Opeens hoor ik een stem blijmoedig mijn naam roepen. Hier ben ik hoor, zegt hij. Even bijschijnen, want ik zie niets. 
En daar is hij. Op zijn sokken zonder jas.. Hij loopt naar de auto en informeert of ik boos ben. Nee, niet boos, heel blij dat hij er is. Dat is maar goed ook, want anders rent hij er gelijk weer in. 
In de auto doe ik de vergrendeling er maar snel op. 

Sam komt van ver. Het was koud en nat en hij was bang. Maar hij kan wel goed tussen die rijen liggen. Trots is hij dat we hem niet konden vinden. Hij vaart tegen me uit dat ik toch wel weet dat hij dan bang is voor weerwolven? Ik vraag waarom hij niet naar het licht van ons huis liep? Dat durfde hij ook niet. Ik zeg dat ik ongerust was en bang en dat ik eigenlijk de politie wilde bellen. Daar snapt hij niets van. 

Ik zet hem onder de douche en in bed. Hij slaapt direct. Kleine jongen.

De volgende dag bij het minste of geringste sprint hij weer het land in. Maar nu ben ik gewaarschuwd. Ik ren hem achterna op blote voeten en heb hem te pakken. De rest van de avond moet ik uithijgen en de klei tussen mijn tenen zien te krijgen. De volgende dag moet ik toch even dat land inspecteren of we er niet te veel schade hebben gemaakt. Daarna is het niet meer gebeurd gelukkig. 

Vorige week werden de aardappelen gerooid. De boer deed er ruim 3 dagen over voor hij het hele land kaal had. Het waren dagen van bijna 24 uur. Dat verbaasde me niets. Ik wist nog heel goed hoe enorm dat land is. Zeker bij avond, zeker als je iets kwijt bent.

dinsdag 12 november 2019

voorlichting

Volgens een artikel in de krant van zaterdag is voorlichting heel belangrijk. Dat vind ik ook. Het artikel geeft in duidelijke stappen weer wat er van de ouder of opvoeder verwacht wordt. Ik lees het door en bedenk dat we het best goed doen. 

Van 0 tot 6 alles duidelijk benoemen en van 6 tot 12 altijd eerlijk zijn en er vooral niet voor gaan zitten. Hoe het boven de 12 nu verder gaat, ben ik even kwijt. We benoemen inderdaad alles, herleiden schuttingtaal tot gangbare woorden en beantwoorden vragen. Woorden als privĂ© komen er via school weer bij. 

Het benoemen gaat nuchter en zakelijk en geen geheimzinnig gegrinnik. Toch twijfel ik of het artikel wel passend is voor ons gezin. Of misschien heb ik wat over het hoofd gezien...

Ik breng Sam naar bed. Inmiddels acht jaar en al aardig op de hoogte. Hij heeft met een vriendinnetje gespeeld. Nog altijd het meisje wat hij in groep 0 al lief vond. Hij mocht blijven eten en het was allemaal leuk. Sam denkt dat hij later wel met haar gaat trouwen. "En dan neem ik twee kinderen." Ik zeg dat je dat niet zo van te voren kan weten. Zeker niet als je nog maar acht jaar bent.
Nee, maar dat weet Sam ook wel. Hij kijkt me bloedserieus aan en deelt mee dat hij inderdaad eerst nog even met de geslachtsdelen moet werken voor het zover is. 

Daar moet ik even van met de ogen knipperen. Lach je hierom? vraagt Sam. Nee, dat doe ik zeker niet. Ik sta gewoon met de mond vol tanden. Wat moet ik hier nou weer op zeggen. Misschien toch nog even de oudpapierbak in voor dat artikel...

's Avonds haal ik Yan op van de trein. Hij was met vrienden. Heel logisch, maar voor mij heel lastig. Yan is nu zestien en drinkt bier. Want dat doet iedereen.. En aangezien ik elke week verhalen hoor over in de sloot rijden en ambulances en enorme hoeveelheden alcohol, maak ik me zorgen. Hij krijgt dus ook voorlichting. Eigenlijk aan de lopende band. Ik laat geen gelegenheid onbenut. Ik moet er niet aan denken dat Yan ergens voor pampes ligt. Maar Yan haat mijn zedenpreken, dus beperken die zich tot hooguit drie zinnen. 

Jij zeurt altijd, zegt Yan. En dat klopt. En jij vertrouwt mij niet, vervolgt hij. En dat niet vertrouwen ergert hem. Hij komt met argumenten. Dat hij altijd aanspreekbaar is en altijd op tijd thuis komt. Dat ik altijd weet waar hij is en dat hij niet zo gek is als die anderen. 
Hij heeft gelijk. Ik vertrouw hem ook wel, maar hoor op school te veel om helemaal gerust te zijn. 

Ik denk aan het artikel over de voorlichting. Zal hier ook op van toepassing zijn. Dus ik benoem de dingen, dat ik niet wil dat hij zich kapot drinkt, dat zijn hersens er niet beter van worden, iets over groepsdruk. En als laatste: hoe weet ik nu dat het goed met je is? Voor hetzelfde lig jij in die ambulance in plaats van je vriend. 
Daar heeft hij een duidelijk antwoord op. Ligt hij in de ambulance, dan checken ze zijn id-kaart en word ik gebeld. Dus verder geen gezeur alsjeblieft. 
Ook voor deze voorlichting ben ik niet geslaagd.

maandag 19 november 2018

de weg

Je hoopt op een kind. Je bidt om een kind. Je vraagt om een kind. En je krijgt kinderen... Ze komen, ze lopen een stuk of stukje mee op onze weg en ze gaan weer. Soms zie of hoor je nooit meer iets. Soms blijf je ze tegenkomen op je weg. Elke keer zitten ze er weer. Steeds beetje groter en misschien wel beetje hulpelozer.

Vijftien jaar terug kwam Rachid. Vijf jaar en beschadigd. Van buiten vrolijk dikkerdje, van binnen niet te peilen. Twaalf jaar, dag in dag uit, leefden we met hem in ons huis. Toen ging het niet meer en verdween hij officieel van onze weg. Grote, zeventienjarige kerel van buiten en van binnen misschien nog steeds vijf. 

Zijn weg ging via groep, naar opvang, naar vriendinnetje en naar torenhoge schulden en schuldhulpverlener, die zijn schamele loon in eigen zak bleek te steken. Van 'we zoeken een plek' naar 'er is geen plek'. Van 'kom maar hier' naar 'verdwijn en kom nooit terug'.

Gisteren was hij een dagje bij ons. Hij is officieel dakloos op dit moment. Woont in een leeg appartement van zijn baas voor paar dagen. Moet er van de week weer weg. Hoopt op de opvang, maar weet dat dat ook niet gaat lukken. 

Boom van een vent ondertussen. Werkt alle dagen als hovenier en dat is te zien. Ongeschoren, haar te lang, hij zweeft op het randje van de samenleving. Dat is ook te zien. Zijn trui is gescheurd en niet al te schoon. Dat verhelpen we even. Hij heeft nog een trui bij zich, iets minder smoezelig want hij gaat mee naar de kerk. Dat is ook lang geleden. Om precies te zijn, is dat twee oorbellen en vier tatoeages terug.  De oorbellen gaan uit. Doet hij uit zichzelf, had echt niet gehoeven. Maar hij heeft ons weer gevonden en wil zo graag het goed doen. 

Het is gezellig. Vooral Sam en Daniel zijn in de wolken. Ze zitten allebei naast hem en houden hem van alles op de hoogte. Noemen om de minuut zijn naam. Leggen hun handen op zijn knie.

Ik breng hem terug. Hij vertelt dat alles mislukt. School en de huizen waar hij woonde. Dat hij ook wel van te voren weet dat alles gaat mislukken. Dat hij eigenlijk niet gelooft in zichzelf en in niemand. Dat hij leeft voor het vaderland weg en zonder hoop op verbetering. Hij verpest alles zelf. Bij ons heeft hij het ook verpest, zegt hij. Ik spreek het tegen. Doe normaal zeg! Twaalf jaar ergens wonen, klinkt toch redelijk gelukt? En veel pleegkinderen rollen eruit zo tussen 16 en 18. Daar hoef je geen Rachid voor te zijn. 

Hij had een vriendinnetje. Veel te jong en veel te zorgelijk dat hij daar bij mocht inwonen. Het was wachten op de knal. Had ik ook wel kunnen bedenken, maar de tafel hulpverleners niet. Dat ik de enige ben die hem al vijftien jaar volg, ontgaat de professional. En dus blijven ze proberen en hem op zijn gezicht laten gaan. 
De knal kwam vorig weekend. Compleet met 112-meldingen en een opgefokte vader, met de straat op rennen zonder jas en telefoon. 

Nu kan hij even in het appartement. Erg mooi, moet ik maar eens meelopen even. Dat doe ik. Ik heb hem ook niets te bieden. Alleen tasje eten en paar handdoeken, want die heeft hij niet. Hij kookt nu zelf en is daar trots op. Elke dag 800 gram kipfilet en een halve broccoli en half zakje voorgekookte aardappelen. Hij heeft 1 koekenpan en een puntmesje, dus veel variatie is lastig. Achthonderd gram kipfilet per dag?? Ja, vindt hij lekker en hij heeft kipkruiden en bodybuilders eten dat ook, dus moet wel goed zijn.
Ik leen hem een pan en geef wat tips. 

Hij mag ook komen eten bij ons. Voor mijn part elke dag, maar dat is te ver en onhandig vanwege zijn werk. Slapen kan hier niet meer. We hebben wel een bed, maar dat gaat  niet werken met de andere kinderen. 

Ik laat hem achter. Alleen in een steriel appartement, wat elk moment verhuurd kan worden. Hij zal op de bank gaan liggen met zijn kussen en dekbed en op zijn telefoon een filmpje kijken. Meer is er niet. Ik heb zin om de hele terugweg heel hard te janken. Maar doe het niet. Thuis gaat het leven ook verder en dan moet je weer van alles uitleggen. Maar de jankstemming zit er wel in en blijft. 

Thuis fantaseren man en ik over een nieuwe schuur met appartement. Of caravan in de tuin of wat kunnen we nog meer? Er lopen hier meer kinderen. Rachid was niet geholpen met buiten ons gezin verder gaan. In het gezin was onmogelijk en iets anders kon niet. Er groeien hier meer kinderen en we willen voorbereid zijn.